Daarom doorleren

In de nabije toekomst bestaat de vaste baan niet meer. Het werk verandert voortdurend en werknemers zullen moeten geregeld switchen van werkgever en functie. Daarom moeten ze blijven werken aan hun competenties. Maar zijn werknemers wel gemotiveerd om te leren? En hoe organiseren we een ‘Leven Lang Leren’? Over robotisering, motivatie, verantwoordelijkheid en individuele begeleiding.

Boukje Cuelenaere (CentERdata):

‘Ik ben onder de indruk van de motivatie’
boukje_cuelenaere.jpg

Een leven lang leren? Aan de motivatie ligt het niet. Onderzoek van CentERdata, het onderzoeksinstituut van de Universiteit van Tilburg, laat een verrassend positief beeld zien.

Een cursus Spaans, ICT, beveiliging 3, fotografie. De lijst opleidingswensen van mensen met een vmbo- en mbo-achtergrond is lang en divers. Boukje Cuelenaere, hoofd afdeling Survey onderzoek van CentERdata, was oprecht verbaasd toen ze dat las. “Je hoort weleens dat werkenden niet gemotiveerd zijn om een opleiding of cursus te volgen, maar hier sprak een heel ander beeld uit. Ik was echt onder de indruk van de grote verscheidenheid aan antwoorden. Creatief, fantasierijk. Ingevuld door enthousiaste mensen in hun eentje achter een laptop of smartphone, door niemand iets ingefluisterd.”

Positief

CentERdata voerde het motivatieonderzoek uit in opdracht van de commissie-Sap. Gekozen werd voor een positieve insteek. Een online panel met deelnemers tussen de 16 en 67 jaar met maximaal een mbo-4 diploma kreeg de volgende vraag gesteld: ‘Stel, je leeft in een ideale wereld en geld is geen probleem. Zou je dan een opleiding willen volgen?’. 71 procent beantwoordde de vraag met ja, en van de groep 25- tot 35-jarigen was dat zelfs 90 procent. “De vraagstelling was bewust positief”, zegt Cuelenaere. “Niet denken vanuit belemmeringen, maar vanuit dromen. Wat zou je willen? Een vrije vraag, die ruimte biedt in het hoofd.

tekening-quote1.png

‘Ik hoop dat het onderzoek van de commissie-Sap echt leidt tot bruikbare instrumenten’

Tijd en geld

Het hoge percentage ja-stemmers verbaasde Cuelenaere al, maar nog meer verrast was ze over de genoemde diversiteit aan antwoorden op de vraag welke opleiding of cursus dat dan zou zijn. Van een cursus Excel tot Meer leren over dementie. Ook de daaropvolgende vraag kende een positieve insteek: ‘Wat zou u helpen om die opleiding daadwerkelijk te gaan doen?’ Niet heel verrassend kwamen tijd en geld als twee belangrijkste factoren uit de bus. Maar er zat ook nuance in de antwoorden. “Veel respondenten noemden de kwaliteit van de opleiding als voorwaarde”, zegt Cuelenaere. “En persoonlijke begeleiding: iemand die echt helpt om door te zetten. Ook zagen veel respondenten liefst een combinatie van zelfstudie en klassikaal onderwijs.”

Vertaalslag

Cuelenaere is positief over de plannen van de commissie-Sap. Als tijd en geld voor de werknemer goed geregeld worden, zal het beoogde vliegwiel gaan werken, verwacht ze. Daarvoor is nog wel een vertaalslag nodig van de beleidstaal van het commissie-rapport naar de dagelijkse praktijk. “Zo’n beleidsrapport is niet geschreven in de taal van de mensen om wie het gaat. Om de doelgroep te bereiken en enthousiasmeren is een vertaalslag wel belangrijk. Ik hoop dat het onderzoek van de commissie-Sap echt leidt tot bruikbare instrumenten. En dat werknemers breed hun opleiding of cursus kunnen kiezen, zonder al te veel grenzen. Uit ons onderzoek blijkt dat er dan heel veel kan gebeuren. Ik vind dat echt bijzonder.”

Ton Wilthagen (hoogleraar arbeidsrecht):

‘Dit rapport is een eerste stap’
Ton-Wilthagen2.jpg

“Een soort navigatiesysteem” vindt hoogleraar Arbeidsmarkt Ton Wilthagen van de Tilburg University het rapport van de commissie-Sap: “Er wordt nu in beeld gebracht wat je moet doen om als werkende bij de les te blijven en wie dat gaat betalen. Dat is positief, want we moeten een stuk concreter worden dan de politiek de afgelopen jaren is geweest.”

Het is goed dat dit rapport er ligt, zegt Wilthagen: “Dit is een heel belangrijk thema. Cruciaal.” Volgens de Tilburgse hoogleraar is het werk van de commissie een startpunt: “Het is één van de belangrijkste zaken die het nieuwe kabinet moet oppakken als het gaat om de arbeidsmarkt. Het rapport is een eerste stap.”

Andere arbeidsmarkt

Nederland gaat in de ogen van Wilthagen te traag mee met nieuwe ontwikkelingen: “We zijn blijven hangen in het gevoel dat we het goed hebben geregeld met onze vaste functies. En er is niet voldoende onderkend dat die arbeidsmarkt niet meer bestaat. Mensen moeten voortdurend hun competenties updaten om ook het werk van morgen aan te kunnen. Zij zullen vaker van baan, functie en zelf van beroep moeten wisselen.”

Robotisering

In de ogen van de hoogleraar zijn we laat, want de robotisering en digitalisering is al in volle gang. Er wordt genoeg gepraat, er zijn voldoende goede bedoelingen, maar er wordt te weinig gehandeld: “Bij bedrijven als de Rabobank en Achmea worden mensen met een administratieve functie op mbo-niveau ontslagen. Die mensen hebben nu heel weinig kans op scholing, terwijl ze omgeschoold zouden moeten worden tot bijvoorbeeld ict’er.”

‘Veel werknemers kunnen nu geen beroep doen op geld.’

tekening-quote2.png

Individuele leerrekening

Wilthagen is een voorstander van de individuele leerrekening die de commissie voorstelt. Dit zou naast het scholingsfonds moeten komen. Of zou zelfs het fonds - dat werknemers en werkgevers beheren - moeten vervangen. “Veel werknemers kunnen nu geen beroep doen op dat geld. Zij zijn afhankelijk van de werkgever: wil die betalen voor bijscholing?”

Samenhang

Met een individuele leerrekening krijgen werknemers zelf de regie in handen, maar om dat een succes te laten worden, moeten ook andere dingen geregeld worden. Net als de commissie gelooft Wilthagen in samenhang: “Er moet meer scholing op maat aangeboden worden. Verder moet niet vergeten worden om ook zzp’ers te steunen en mensen die niet worden gedekt door een cao.” En begeleiding van werknemers bij het maken van goede keuzes is essentieel: “Daar zie ik een rol voor de regio. Die hebben het beste zicht op wat daar nodig is.”

Alice Stäbler (KPN):

‘Investeren in omscholing is een nationale verantwoordelijkheid’
Alice-Stabler2.jpg

“Een fantastisch initiatief”, noemt Alice Stäbler, Chief HR Officer van KPN, het rapport van de commissie-Sap. “Er is al vrij veel aandacht voor doorleren na school, maar dat is vooral gericht op hoogopgeleiden. Dit is volgens mij de eerste keer dat vmbo’ers en mbo’ers in de spotlight staan. En dat is hoognodig.” Wel heeft ze nog een vraag: “Hoe gaan we deze doelgroep bereiken?”

Stäbler maakt zich zorgen over de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. “Door de gevolgen van robotisering, digitalisering en verdergaande automatisering zullen veel mensen de komende jaren hun baan gaan verliezen. Of men dan weer werk vindt, hangt onder andere af van de vraag of men voldoende scholing heeft gevolgd. De meeste hoogopgeleiden eren het leven-lang-leren. Zij houden hun kansen op de arbeidsmarkt wel bij. Maar ik maak me zorgen over de vmbo’ers en mbo’ers. Ook zij zullen continu moeten waken voor hun positie en op tijd om- of bijscholing moeten volgen.”

Tweedeling

Haar vrees is dat vooral de lager opgeleiden de weg naar de schoolbanken niet weten te vinden: “Als dat gebeurt, dan zal de tweedeling in de samenleving nog scherper worden en dat is een gevaarlijke ontwikkeling. Iedereen moet mee kunnen doen in de samenleving en meedoen gaat altijd via een baan en inkomen.” Daarom moeten alle organisaties en bedrijven een-leven-lang-leren mogelijk maken, vindt Stäbler: “Dat is een nationale verantwoordelijkheid.”

Tekening-quote-2mannen.png

‘Ik maak me zorgen over de vmbo’ers en mbo’ers’

Bereiken

Een tijd lang heeft Stäbler zelf sollicitatietraining gegeven aan allochtone jongeren met een vmbo of mbo-diploma. Die groep is moeilijk te bereiken, weet zij: “Bij die trainingen kwamen ze eerst met flair binnen en zeiden dat ze de training niet nodig hadden. Totdat ze twee keer waren afgewezen. Toen beseften ze dat ze nog niet alles wisten en dat ik ze iets kon leren. Dan worden ze net zo leergierig als hoogopgeleiden. Ze zijn alleen niet gewend dat leren nuttig en leuk kan zijn. Dus: hoe bereiken we ze? Daar moeten we op inzoomen.”

Coaching

Stäbler omarmt de aanbevelingen van de commissie-Sap. “Een bewonderenswaardige keuze omdat het een nationaal, breed pact is.” Zelf heeft ze nog een idee: “Veel laagopgeleide jongeren zijn niet opgegroeid met rolmodellen. Ze hebben vaak niemand aan wie ze zich echt kunnen spiegelen. Er zijn in Nederland veel hoogopgeleide managers en professionals. Waarom gaan wij niet allemaal een paar jongeren coachen? Als we de wereld willen verbeteren moeten we zelf ook bereid zijn iets te gaan doen. Ik meld mezelf alvast aan.”

Marianne Zoetmulder (Leerwerkloketten):

‘Mensen kunnen binnenlopen met vragen over werk en ambitie’
Marianne-Zoetmulder3.jpg

Een regionale aanpak. Individuele begeleiding. Het zijn twee onderdelen van het advies van de commissie-Sap. Dat gebeurt al in de Leerwerkloketten, vertelt Marianne Zoetmulder.

Loketten waar mensen die zich willen bijscholen of omscholen gratis terecht kunnen voor advies zijn er al sinds 2009. Deze regionale leerwerkloketten hebben tot doel de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt te verbeteren en zo en individuele arbeidsmarktkansen te vergroten.

“Bij leerwerkloketten zijn werkend leren, loopbaanadvies en het gebruik van het Ervaringscertificaat speerpunten. ‘Traditionele’ diploma’s zijn minder belangrijk”, vertelt Marianne Zoetmulder, programmamanager Leerwerkloketten. In Leerwerkloketten werken UWV, gemeenten, onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven samen.

Laagdrempelig advies

Kenmerkend aan de leerwerkloketten is het laagdrempelig advies, aldus Zoetmulder. “Mensen kunnen binnenlopen met allerlei vragen over werk en ambitie. Van ‘ik heb het niet meer naar mijn zin’ tot ‘ik ben net ontslagen’. Bij het leerwerkloket brengen we dan in kaart wat een volgende stap zou kunnen zijn, welke scholing daarvoor nodig is en hoe het budget daarvoor kan worden gevonden.”

Individueel gesprek

Een heel praktisch voorbeeld is de 48-jarige man die in het basisonderwijs wilde werken. Hij had HTS Werktuigbouwkunde. Van het UWV kreeg hij geen vrijstelling, want hij kon zo weer in zijn vakgebied aan de slag. In een individueel gesprek met een leerwerkadviseur werden de mogelijkheden geïnventariseerd. Of Docent Techniek in het voortgezet onderwijs of mbo wat zou zijn? Bij dat ‘kansberoep’ zouden zijn opleiding, achtergrond en toekomstdroom gecombineerd worden. Met een scholingsvoucher zou hij zijn lesbevoegdheid kunnen halen.

Regionale kansberoepen

“Dit soort trajecten past op heel veel mensen”, aldus Zoetmulder. “En doordat leerwerkloketten regionaal zijn georganiseerd, kunnen ze met advies, toeleiding en opleidingstips aansluiten op vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Zij weten wat de kansberoepen in de regio zijn.”

Door aan te sluiten op regionale kansberoepen kunnen veel mensen snel aan de slag. Zo startten in Utrecht in 2016 twintig kandidaten met een opleiding Chauffeur Openbaar Vervoer BBL2. In datzelfde jaar zijn in Friesland 25 mensen versneld omgeschoold tot proces-/foodoperator. Door slim verbinden van beschikbare budgetten en regelingen kon dit worden gefinancierd. Zij zijn bijna allemaal bemiddeld naar een baan.

‘Laten we er in ieder geval voor zorgen dat ministeries gaan samenwerken opgebied van bij- en omscholen.’

Tekening-quote-vrouwindezorg.png

Bureaucratische drempels

Het advies van de commissie-Sap om individuen zelf te laten beschikken over hun opleidingsbudget, helpt om individuele drempels voor om- en bijscholen weg te nemen, verwacht Zoetmulder. Maar het wegnemen van bureaucratische belemmeringen is misschien nog wel belangrijker. Zoetmulder: “Een voorbeeld. De regio’s voor vroegtijdig schoolverlaten vallen niet samen met de arbeidsmarktregio’s. Dat is heel onpraktisch als je leerwerktrajecten wilt aanbieden aan voortijdig schoolverlaters.”

Financiële potjes

Zoetmulder verwacht daarom veel van de ‘Deltacommissaris’ voor een Leven lang leren. “Er zijn veel verschillende initiatieven en financiële potjes voor om- en bijscholing: bij de ministeries van SZW, OCW, EZ en VWS. Laten we in ieder geval zorgen dat die ministeries op dit gebied meer gaan samenwerken. Het rapport van de commissie-Sap biedt daarvoor een goede aanzet.”

Meer informatie: www.lerenenwerken.nl/leerwerkloketten.