Eerste reacties

Het advies van de commissie-Sap betekent dat er zaken moeten veranderen op het gebied van scholing. Sociale partners en belangenbehartigers uit het onderwijs en sociale partners geven hun eerste reactie.

Mariëtte Hamer (voorzitter SER):

‘Voor de generatie die nu werkt, is er een inhaalslag nodig’
Mariette-Hamer2.jpg

“Er komt een giga cultuurverandering aan.” Met deze woorden geeft Mariëtte Hamer, voorzitter van de SER, meteen aan hoe belangrijk ze het vindt dat werknemers zichzelf ook na een opleiding blijven scholen. “Het belang hiervan zit tussen de oren van de mensen die adviezen uitbrengen. Het zit ook tussen de oren van werkgevers die vanwege het veranderende werk veel mensen hebben moeten ontslaan. En het gaat ook meer tussen de oren komen van werknemers.”

Om dit te bereiken, is volgens Hamer een systematische aanpak nodig. Hierbij vindt ze het essentieel dat werkenden vooral zelf gaan beseffen dat scholing waardevol is: “Leren wordt soms geassocieerd met iets vervelends, maar leren kan juist heel leuk en bevredigend zijn én het is in het eigen belang van werkenden om zich te blijven ontwikkelen. Ik maak vaak de vergelijking met gezond eten: daar krijg je ook energie van. Dat geldt net zo goed voor leren en ontwikkelen.” Volgens Hamer neemt de urgentie alleen maar toe, omdat de arbeidsmarkt vol met schokbewegingen zit: “Ik sprak pasgeleden nog iemand uit de bankensector. Het kan daar zomaar zo zijn dat je de ene dag manager bent en de andere dag overbodig. Daar moeten we ons op voorbereiden door onze loopbaan kritisch te blijven bekijken en ons te blijven ontwikkelen.”

Regie

In het rapport van de commissie-Sap ziet Hamer twee bewegingen: “Scherper dan in het verleden wordt neergezet dat het belangrijk is dat werknemers regie nemen over hun leerloopbaan. En in het verlengde daarvan hecht de commissie eraan dat er ruimte komt, in tijd, geld en een passend ontwikkelaanbod, om de eigen duurzame inzetbaarheid te onderhouden.”

Zelfde lijnen

Ook de SER heeft recent een advies uitgebracht over leren en ontwikkelen tijdens de loopbaan. Hamer: “De lijnen van de adviezen zijn allemaal hetzelfde. Iedereen wil dat er een cultuuromslag komt.” Ook de weg naar oplossingen verschilt in de kern maar weinig: “Net als de commissie zijn wij ervoor dat een individu de mogelijkheid krijgt om zelf te kiezen welke opleiding of scholing diegene wil volgen. Maar dan moeten we hen wel de juiste mogelijkheden geven: tijd, geld en meer maatwerk in het onderwijsaanbod.”

‘Leren wordt soms geassocieerd met iets vervelends, maar leren kan juist heel leuk zijn’

Tekening-quotes-dameschoonmaken.png

Variatie vergroten

Werkgevers en werknemers - die samen met de kroonleden de SER vormen – zijn volgens Hamer bereid om samen met de overheid te investeren in een budget voor individuele werknemers. Deels komt dat naast de scholingsmogelijkheden die er nu zijn: “Wij pleiten er niet voor om op de Opleidings- en Ontwikkelingsfondsen te bezuinigen. Wij willen de variatie vergroten.”

In de wieg

Het is in de ogen van Hamer niet voldoende om alleen te kijken naar de huidige werknemers: “Voor de nieuwe generatie, die nu in de wieg ligt, willen we dat ze vanaf hun tweede jaar, op bijvoorbeeld de kinderopvang, gaan ontdekken dat leren leuk is. En dat gevoel kan dan verder ontwikkeld worden op de basisschool en daarna. De generatie die nu werkt, heeft dat niet meegekregen. Voor hen is er een inhaalslag nodig. Die inhaalslag gaan we komende jaren met elkaar maken.”

Lees hier het SER-rapport Leren en ontwikkelen tijdens de loopbaan (maart 2017).

Ton Heerts (MBO Raad):

‘Het individu staat centraal’
Ton-Heerts.jpg

Mbo-scholen zijn uitermate geschikt om de aanbevelingen van de commissie-Sap op het gebied van scholing uit te gaan voeren. Volgens Ton Heerts, voorzitter van de MBO Raad opereren mbo-scholen immers ‘midden in de samenleving’ en zitten zij ‘bovenop het bedrijfsleven’: “Die infrastructuur kunnen we ook inzetten voor doorstarters en herstarters, voor mensen die zich willen laten om- of bijscholen.”

Vooral voor werknemers in de techniek, zorg en bouw zal permanente scholing nodig blijven, stelt Heerts: “Willen we koploper blijven in Europa en de wereld, dan moeten we ons allemaal blijven ontwikkelen, ook nadat we als starters initieel onderwijs hebben gevolgd. Mensen doen steeds korter hetzelfde werk, de arbeidsmarkt vraagt om flexibele werknemers die mee ontwikkelen met de eisen van nieuw of ander werk. Deze ontwikkeling gaat sneller dan we tot op heden hebben aangenomen.”

Individu

Bij een flexibele arbeidsmarkt horen omscholingsopleidingen op maat, meent Heerts. Die zijn er, maar nog niet overal. Om dat verder uit te bouwen is een samenspel nodig tussen de mensen die om- of bijgeschoold moeten worden, werkgevers, het beroepsonderwijs en de overheid, redeneert hij. “Ik plaats het met opzet in die volgorde, want het individu staat centraal.”

Nieuw geld

De MBO Raad is voorstander van de individuele leerrekening, die de commissie in haar advies voorstelt. Volgens Heerts is het wel zaak dat er daadwerkelijk wordt geïnvesteerd: “Ik ga ervan uit dat dit niet ten koste gaat van de standaard financiering. Het moet nieuw geld zijn.”

Tekening-quote-vrouwmetkrant.png

‘Bij een flexibele arbeidsmarkt horen omscholingsopleidingen op maat’

Regio

Samenwerken en vooral regionaal samenwerken: dat vindt Heerts belangrijk. Daar kan de mbo-sector een grote rol in spelen: “Wij representeren regionaal onderwijs. Mbo-scholen werken al veel samen met het regionale bedrijfsleven. Ze weten wat er speelt in hun gebied en hebben wortels in de regio. Bovendien: de infrastructuur hebben we al en kan heel eenvoudig worden ingezet.”

Gelijke kansen

Heerts is blij dat om- en bijscholing voor mensen met maximaal een mbo 4-diploma nu op de kaart staat, want hij ziet een tweedeling: “Als je de universiteit hebt gedaan, is het vaak makkelijker om bij te scholen dan als je mbo-niveau 2 hebt. Een chirurg die in een maatschap werkt kan omscholing en bijscholing vaak prima van zijn eigen loon bekostigen. Dat geldt voor iemand met een mbo-opleiding niet altijd. Wat dat betreft gaat dit ook over gelijke kansen. Met dit rapport is de balans enigszins hersteld.”

Verleiden

Het is niet vanzelfsprekend dat deze doelgroep zich laat om- of bijscholen. Heerts: “We moeten hen verleiden door bijvoorbeeld meer gestroomlijnde arrangementen aan te bieden. En dan is het vooral een kwestie van mond-tot-mondreclame. Dat mensen tegen elkaar gaan zeggen: ‘Ik zou bij die mbo-school ook zo’n opleiding volgen als ik jou was.”

Michaël van Straalen (voorzitter MKB-Nederland):

‘Neem belemmeringen weg voor betere omscholing’
Michael-van-Straalen2.jpg

Elke onderneming heeft een leercultuur nodig. Dat is de overtuiging van MKB-Nederland voorzitter Michaël van Straalen. Maar hij voegt daar wel een waarschuwing aan toe: “Leg de manier waarop je dat organiseert niet van bovenaf op. Dat werkt niet.”

De veranderingen op de arbeidsmarkt gaan snel, constateert Van Straalen. Voor sommige sectoren te snel: “Je ziet het bijvoorbeeld in de detailhandel. De toename van de verkoop via digitale winkels stijgt sneller dan in traditionele winkels. Dat betekent dat je je af moet blijven vragen hoe de markt werkt. Daar is een leercultuur voor nodig. Niet alleen voor werkgevers, maar juist ook voor werknemers.”

Inhoud

Van Straalen denkt dat het rapport van de commissie kan helpen bij het vergroten van de leercultuur. Al plaatst hij ook kanttekeningen: “Er wordt gepleit voor een regierol voor de deltacommissaris en voor het sluiten van een scholingspact. Dat kan behulpzaam zijn, maar het is ook allemaal vormgeving. Het gaat natuulijk om de inhoud: hoe zorg je ervoor dat er ook daadwerkelijk geleerd wordt? Wij hebben een pilot gedaan bij honderden bedrijven. Die hebben een leercultuur ontwikkeld binnen het bedrijf. Dat werkt prima.”

Rekening

Er wordt al heel wat afgeschoold binnen het MKB, constateert Van Straalen. “Leren tijdens het werk, opleidingen vanwege een functie die verandert, scholing binnen de sector: dat wordt allemaal betaald door werkgevers.” Maar Van Straalen ziet dat er ook scholing buiten de sector nodig is. Het basisprincipe voor een individuele leerrekening steunt de MKB-Nederland voorzitter dan ook volledig: “We kwamen zelf al eerder met het idee om middelen beschikbaar te stellen die een individu zelf kan benutten. Maar ik deel de conclusie niet dat werkgevers daaraan mee moeten betalen. Ik vind dat de overheid en werknemers dat moeten doen.”

‘Er is een leercultuur nodig. Niet alleen voor werkgevers, maar juist ook voor werknemers.'

mindervalide.png

Belemmeringen wegnemen

Van Straalen is positief over de mogelijkheden om mensen met maximaal een mbo-4 diploma om te scholen. Maar het kan beter en daarom is het zaak om een aantal belemmeringen weg te nemen: “Als je al een mbo-4 diploma hebt, is het in de praktijk best lastig om een ander mbo-4 diploma te halen. Wanneer je meer met certificaten werkt, wordt dat makkelijker. Bovendien staan de publiek gefinancierde onderwijsinstellingen nog niet echt in de modus van ‘hoe voldoe ik aan de vraag’. Ze zouden bijvoorbeeld ook in de zomer open moeten blijven, zodat medewerkers dan geschoold kunnen worden. Maar ik voorspel dat hun opstelling snel zal veranderen.”

Henriëtte Maassen van den Brink (voorzitter Onderwijsraad):

‘Werk ook aan de leerbereidheid’
Henriette-Maassen-van-den-Brink2.jpg

Een aantal aanbevelingen van de commissie-Sap overlapt met het rapport ‘Vakmanschap in Beweging’ van de Onderwijsraad (2016). Henriëtte Maassen van den Brink, voorzitter Onderwijsraad, is dan ook verheugd te lezen over een persoonlijk scholingsbudget en een regionale aanpak. Kritische kanttekeningen heeft ze ook. “Een deltacommissaris? Laat het liever aan de regio’s over.”

Lijkt de individuele leerrekening op het voorstel van de Onderwijsraad?
“Ja, dat hebben wij met ons persoonlijke budget precies zo geadviseerd. Als je vraagfinanciering een goed idee vindt, moet het op deze manier. Met een eigen budget voor iedereen die gedurende zijn loopbaan scholing kan inkopen. Het scholingsbudget is nu veel te versnipperd. Er zijn overal potjes, fiscale regelingen en fondsen en allemaal stellen ze andere eisen. Zorg voor ontschotting, breng alle geldstromen bij elkaar voor een persoonlijk budget en regel goede monitoring om te zien waar het geld daadwerkelijk aan wordt besteed.”

Waarom loopt het volgens u nu niet goed met een ‘Leven Lang Leren’?
“Een belangrijk vraagstuk betreft het aanbod. Er moeten veel meer extra modules komen op mbo-niveau. Voor het reguliere onderwijs is het heel lastig om effectief en flexibel onderwijs te organiseren. Bij vraagfinanciering zul je zien dat degene die het persoonlijke budget beheert het aanbod bepaalt. De commissie-Sap kaart dat ook terecht aan.”

Tekening-Quote-vrouwmetkind.png

‘Zorg voor ontschotting, breng alle geldstromen bij elkaar voor een persoonlijk budget en regel goede monitoring.’

Wat moet er volgens u nu echt gebeuren voor een doorbraak?
“Voor de Onderwijsraad is naast het ontschotten en het persoonlijke budget ook de leerbereidheid belangrijk. Het initiële onderwijs speelt daarbij een belangrijke rol. Al binnen je mbo-opleiding moet er aandacht zijn voor scholing tijdens je latere werk. Leerlingen moeten als het ware ‘opgevoed’ worden voor een Leven Lang Leren en het nut ervan gaan inzien. Zodat ze later hun eigen verantwoordelijkheid nemen. Met die leerbereidheid en aandacht voor loopbaanontwikkeling in het mbo-onderwijs gaan wij een stapje verder dan de commissie-Sap. Wat ons betreft wordt werken aan je eigen kwalificaties minder vrijblijvend en krijgt het een verplicht karakter. Daarbij moeten we laten zien dat het de baankansen van de werknemer vergroot, maar ook de concurrentiekracht van bedrijven. Ook de werkgevers hebben er baat bij.”

De commissie-Sap pleit net als de Onderwijsraad voor een regionale aanpak. Een goede zaak?
“Jazeker, maar wat me daarbij verbaast is het idee van de deltacommissaris. De commissie wil de organisatie terecht overlaten aan de regio’s, maar tegelijkertijd wil ze landelijke regie. Dat bijt. Met het aanstellen van een deltacommissaris zorg je niet voor regionale autonomie. Terwijl overheid, onderwijs en bedrijfsleven in een regio prima zelf in staat zijn de post-initiële scholing te organiseren. Ik adviseer Den Haag dan ook: laat het los.”

Hans Hillen (NRTO):

‘Doorontwikkeling is voor iedereen belangrijk’
Hans-Hillen2.jpg

Hans Hillen is voorzitter van de Nederlandse Raad voor Training en Opleiding (NRTO), de brancheorganisatie voor particuliere opleidingen. “Van tijd tot tijd een APK is goed voor iedereen."

“Interessant”, is Hillens eerste reactie op de aanbevelingen uit het advies ‘Doorleren Werkt’. “Interessant, omdat in dit voorstel goed tot uitdrukking komt dat het de eigen verantwoordelijkheid is van werknemers om te blijven leren. Het argument ‘ik heb geen geld’ is hiermee vervallen. Van hoog- tot laagopgeleid geldt dat een 'leven lang leren’ is gegarandeerd. Het wordt een recht voor iedereen op de arbeidsmarkt. Iedereen, ook een zzp’er, kan zich op basis van dit voorstel blijven bekwamen.”

Extra zetje

Geld is daarbij niet de enige voorwaarde. Mbo-opgeleiden – de grootste groep werkenden – hebben volgens Hillen vaak een extra zetje nodig om scholing te blijven volgen. “Vaak doen ze uitvoerend werk. Juist bij deze groep is het belangrijk ver vooruit te kijken, omdat veranderingen in het werk en gevraagde competenties zo ontzettend snel gaan.” De rol van de werkgever is daarbij cruciaal. Logisch ook dat deze een groot deel van de financiën inbrengt op de individuele leerrekening. “Werkgevers hebben baat bij een goed opgeleide arbeidsreserve die ook in de toekomst over de juiste vaardigheden beschikt. Daar moeten zij in investeren. De afgelopen jaren zijn er al talloze inspanningen gedaan onder de vlag van ‘Een leven lang leren’, maar het moet sneller en breder. Doorontwikkeling is voor iedereen belangrijk, zowel binnen als buiten je huidige branche.”

Maatwerk

Hillen vindt het ‘erg goed’ dat de commissie geen onderscheid maakt tussen niet-bekostigde (private) en bekostigde scholing (publieke). “Onderwijskundig is die tweedeling onzin. Het gaat erom dat we met z’n allen zorgen voor een arbeidsforce die is toegerust voor de toekomst. Het voordeel van niet-bekostigde opleidingen is dat deze meer maatwerk kunnen bieden. En juist dat is nodig in cursussen en opleidingen voor volwassenen die al een basisopleiding hebben.”

Tekening-quote-moslima.png

‘Van tijd tot tijd een APK is goed voor iedereen.’

Het trekkingsrecht en de DigiCV kunnen volgens Hillen voor een nieuw elan zorgen. “Waarbij iedereen om de pakweg vier jaar stilstaat bij zijn competenties, verwachtingen en ontwikkeling. Van tijd tot tijd een APK is goed voor iedereen. Ik hoop dat ook de vakbonden inzien dat voor de nieuwe samenleving nieuwe structuren nodig zijn, waarin herscholing en bijscholing een vast onderdeel vormen.”

Nieuwe bureaucratie?

De ambitie is groot, stelt Hillen tevreden vast. Nu moeten we de aanbevelingen vertalen naar de praktijk. Een puntje van twijfel heeft hij nog wel. “Er wordt gesproken over een deltacommissaris die met een projectorganisatie zorgt voort de uitvoering. Dat klinkt mij een beetje te veel als nieuwe bureaucratie.”

Leo Hartveld (FNV):

‘Elke werkende moet ervan profiteren’
Leo-Hartveld2.jpg

Een individuele leerrekening en een beter scholingsaanbod zijn stappen in de goede richting. Maar voor een echte sprong voorwaarts is meer nodig. Zoals een andere scholingscultuur en serieuze inzet van werkgevers. Dat zegt Leo Hartveld, algemeen-secretaris van de FNV in reactie op het rapport ‘Doorleren Werkt’.

Witte vlek

“Het begint met de verantwoordelijkheid van de werkgever. Deze moet ervoor zorgen dat zijn personeel daadwerkelijk post-initieel onderwijs kan volgen. Zowel functiegerichte scholing als scholing die nodig is voor een volgende carrierestap. Er zijn zeker uitzonderingen, maar bij veel werkgevers zien we nog een witte vlek. Nog te vaak gaat het over arbeid tegen zo laag mogelijke kosten in plaats van investeren in kwaliteit. Ik ben benieuwd of dat met deze aanbevelingen verandert.”

Individuele leerrekening

“Met de leerrekening neemt de overheid een deel van de kosten ná het initiële onderwijs voor zijn rekening. Dat vind ik een goede zaak. Wat mij zorgen baart is de scholing van het groeiende leger lager geschoolde zzp’ers en mensen met een flexibel contract. Een goede opdrachtgever moet ook de scholing van deze werkenden financieren, bijvoorbeeld via tariefstelling. Een individuele rekening moet voor iedereen toegankelijk zijn, elke werkende moet ervan kunnen profiteren.”

Aanbod onvoldoende

“Het huidige scholingsaanbod op mbo-niveau is nog onvoldoende. Er zijn onder andere extra modules nodig binnen het duaal onderwijs van leren en werken. De SER heeft dit ook recent geadviseerd. Daarbij hebben we ook vastgesteld dat er al veel rapporten op dit gebied zijn verschenen. Wat ons betreft geldt nu de leus ‘Geen woorden, maar daden’.”

Leerambassadeurs

“Het is tijd voor een andere scholingscultuur. Ook mensen die genoeg hebben van de schoolbanken moeten ervan worden overtuigd dat doorleren echt nodig is. Als FNV hebben we daarvoor de leerambassadeurs geïntroduceerd. Werknemers die collega’s ervan bewust maken hoe belangrijk én leuk om- en bijscholing zijn. Voor een andere scholingscultuur hebben we de steun van werkgevers en overheid hard nodig.”

Samenwerking intensiveren

“Waarom een deltacommissaris? Ik zou het veel meer zoeken in bestaande organisaties. Ik kan me voorstellen dat de departementen OCW, EZ en SZW de krachten bundelen en goede initiatieven borgen in hun organisaties. Zo’n gevoel heb ik ook bij het voorgestelde scholingspact. Met alle partijen in de SER zijn we al een eind op streek. We werken al veel samen, laten we die samenwerking intensiveren. De regionale aanpak vind ik wel een interessante gedachte. Daar kunnen de regio’s van de FNV bij worden betrokken.”

Echte doorbraak

“Budget voor scholing en ontwikkeling is ook altijd onderdeel van het arbeidsvoorwaardenbeleid in de cao’s. In sommige sectoren gaat dat goed, zoals de metaal- en agrarische sector. In de bouw hebben we hierin een stap terug moeten zetten. Ik hoop dat de aanbevelingen van de commissie-Sap een stimulans betekenen voor een echte doorbraak die leidt tot een goede scholingspraktijk voor alle werkenden.”